Een vaststellingsovereenkomst (VSO) is een schriftelijke overeenkomst waarmee werkgever en werknemer in onderling overleg het dienstverband beëindigen. Om recht te houden op een WW-uitkering moet de VSO aan strikte voorwaarden voldoen: de beëindiging gebeurt op initiatief van de werkgever, u treft geen verwijt, en de einddatum respecteert de opzegtermijn. Hieronder staat een compleet template met alle verplichte clausules voor 2026, ook als gratis Word-bestand.
Verplichte clausules in een VSO 2026
Een geldige vaststellingsovereenkomst moet minimaal bevatten:
- Partijen — volledige namen werkgever en werknemer, geboortedatum werknemer, functie
- Aanleiding — reden van beëindiging (op initiatief werkgever, bijv. reorganisatie of disfunctioneren zonder dringende reden)
- Einddatum — rekening houdend met de wettelijke of contractuele opzegtermijn
- Vergoeding — hoogte van de transitievergoeding (of hogere ontslagvergoeding)
- Vrijstelling van werk — of de werknemer vrijgesteld is van werkzaamheden tot einddatum
- Finale kwijting — geen verdere vorderingen over en weer na ondertekening
- Bedenktermijn — werknemer kan de VSO binnen 14 dagen schriftelijk ontbinden (art. 7:670b lid 2 BW); vermeldt de werkgever dat recht niet, dan wordt het 3 weken
- Geheimhoudingsclausule (optioneel maar gebruikelijk)
- Outplacementbegeleiding (indien afgesproken)
- Referentie — afspraken over referentiebrieven of LinkedIn-aanbevelingen
Model Vaststellingsovereenkomst 2026 (Template)
Model vaststellingsovereenkomst downloaden (Word, gratis). Hetzelfde model als hieronder, uitgebreid met artikelen over eindafrekening, getuigschrift, concurrentiebeding en kosten rechtsbijstand, met korte toelichtingen die u vóór ondertekening verwijdert. Geen registratie, geen e-mailadres: Vaststellingsovereenkomst model downloaden (.docx). Het model is algemene informatie en geen juridisch advies; laat een VSO altijd toetsen door een arbeidsrechtjurist.
VASTSTELLINGSOVEREENKOMST
De ondergetekenden:
[Bedrijfsnaam], gevestigd te [Adres], hierna te noemen 'Werkgever',
en
[Naam werknemer], geboren op [Datum], wonende te [Adres], hierna te noemen 'Werknemer',
Overwegende dat:
- Werkgever en Werknemer wensen het dienstverband in onderling overleg te beëindigen;
- Dit op initiatief van Werkgever geschiedt wegens [reden: reorganisatie / bedrijfseconomische omstandigheden / verschil van inzicht];
- Partijen geen sprake is van een dringende reden;
Komen overeen als volgt:
Art. 1 — Beëindiging
Het dienstverband eindigt met wederzijds goedvinden per [Einddatum], met inachtneming van de opzegtermijn van [X] maanden.
Art. 2 — Vrijstelling van werk
Werknemer is met behoud van loon vrijgesteld van werkzaamheden met ingang van [Datum].
Art. 3 — Vergoeding
Werkgever betaalt aan Werknemer een vergoeding van EUR [Bedrag] bruto, te voldoen uiterlijk op [Datum]. Partijen zijn deze vergoeding overeengekomen als beëindigingsvergoeding; zij is ten minste gelijk aan de transitievergoeding die Werkgever bij opzegging verschuldigd zou zijn.
Art. 4 — Eindafrekening
Werkgever zal bij het einde van het dienstverband een eindafrekening opstellen inclusief: resterende vakantiedagen, vakantiegeld en eventuele overige aanspraken.
Art. 5 — Geheimhouding
Partijen verplichten zich over de inhoud van deze overeenkomst en de omstandigheden die tot de beëindiging hebben geleid, geheimhouding te betrachten tegenover derden.
Art. 6 — Finale kwijting
Partijen verlenen elkaar over en weer finale kwijting ter zake van alles wat zij uit hoofde van de arbeidsovereenkomst van elkaar te vorderen hebben of mochten hebben.
Art. 7 — Bedenktermijn
Werknemer heeft het recht deze overeenkomst zonder opgave van redenen te ontbinden door middel van een schriftelijke mededeling, binnen 14 dagen na de datum waarop deze overeenkomst tot stand is gekomen (art. 7:670b lid 2 BW).
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend:
Werkgever: _____________ Datum: _______
Werknemer: _____________ Datum: _______
WW-recht behouden na VSO: cruciale voorwaarden 2026
Om recht op WW-uitkering te houden na een VSO moet aan alle volgende voorwaarden zijn voldaan:
- Initiatief bij werkgever — de VSO moet op initiatief van de werkgever zijn, niet de werknemer
- Geen dringende reden — geen ontslag op staande voet-situatie
- Opzegtermijn gerespecteerd — tussen ondertekening en einddatum ligt ten minste de opzegtermijn die de werkgever bij opzegging had moeten aanhouden (1 maand per 5 jaar dienstverband, max. 4 maanden). Is die termijn te kort, dan weigert het UWV de WW niet, maar rekent het met een fictieve opzegtermijn: u krijgt pas WW als die is verstreken
- Schriftelijke overeenkomst — zonder schriftelijke vorm is de beëindigingsovereenkomst niet geldig (art. 7:670b lid 1 BW)
De bedenktermijn is geen WW-voorwaarde, maar een wettelijke plicht van de werkgever: vermeldt hij het ontbindingsrecht niet in de VSO, dan heeft u 3 weken in plaats van 14 dagen (art. 7:670b lid 3 BW).
Let op: Als de werknemer zelf ontslag neemt of de VSO op eigen initiatief sluit, wordt dit door het UWV beschouwd als vrijwillig ontslag — WW-recht vervalt dan.
Opzegtermijn berekenen voor de correcte einddatum
De wettelijke opzegtermijn voor de werkgever bedraagt:
- Dienstverband < 5 jaar: 1 maand
- Dienstverband 5–10 jaar: 2 maanden
- Dienstverband 10–15 jaar: 3 maanden
- Dienstverband ≥ 15 jaar: 4 maanden
Bij vrijstelling van werk blijft de opzegtermijn lopen. De einddatum van de VSO moet minimaal gelijk zijn aan de dag waarop de opzegtermijn verstrijkt.
Transitievergoeding 2026: Hoogte en berekening
Let op een verschil dat veel VSO-teksten door elkaar halen. Zegt de werkgever op of laat hij de arbeidsovereenkomst ontbinden, dan is de transitievergoeding wettelijk verschuldigd vanaf de eerste dag van het dienstverband (art. 7:673 BW) — de oude eis van 24 maanden is per 1 januari 2020 vervallen met de Wet arbeidsmarkt in balans. Beëindigt u samen met wederzijds goedvinden via een VSO, dan ontstaat dat wettelijke recht niet automatisch: de vergoeding is dan een kwestie van onderhandelen. Neem daarbij als ondergrens het bedrag dat de werkgever bij opzegging wél verschuldigd zou zijn — tekent u onder dat bedrag, dan levert u geld in dat u via de UWV- of kantonrechterroute wel had gekregen.
Berekening 2026:
- 1/3 maandsalaris per jaar dat het dienstverband heeft geduurd, en naar rato voor een deel van een jaar (art. 7:673 lid 2 BW)
- Geen maximum dienstjaren, maar een wettelijk maximumbedrag: EUR 102.000 bruto per 1 januari 2026 of één jaarsalaris als dat hoger is. Dit maximum wordt jaarlijks geïndexeerd — het actuele bedrag staat bij de Rijksoverheid.
Voorbeeld: Werknemer met 10 jaar dienstverband, salaris EUR 4.000 bruto/maand.
Transitievergoeding = 10 × (1/3 × 4.000) = EUR 13.333 bruto
Werkgever kan een hogere vergoeding bieden (gouden handdruk), maar bij een VSO is de transitievergoeding geen wettelijk minimum: zij is uw onderhandelingsondergrens. Raadpleeg Transitievergoeding berekenen 2026 voor een nauwkeurige berekening.
Voor meer informatie over de volledige rechten bij een VSO, zie Vaststellingsovereenkomst: rechten en plichten. Meer over de WW-uitkering na een VSO: WW-uitkering na VSO: voorwaarden 2026.
Conclusie
Een vaststellingsovereenkomst is geldig als deze schriftelijk is, het ontbindingsrecht van 14 dagen vermeldt, de einddatum de opzegtermijn respecteert en de beëindiging op initiatief van de werkgever is zonder dringende reden. Om WW-recht te behouden is aan al deze voorwaarden cumulatief voldaan. De transitievergoeding is bij een VSO geen automatisch wettelijk recht maar onderhandelingsinzet: reken uit wat de werkgever bij opzegging verschuldigd zou zijn — 1/3 maandsalaris per dienstjaar, naar rato voor een deel van een jaar, vanaf de eerste werkdag, met een wettelijk maximum van EUR 102.000 bruto per 1 januari 2026 (jaarlijks geïndexeerd) — en gebruik dat bedrag als ondergrens.